Door meer inzicht in potentie en werkelijke opbrengsten van zonnepanelen kan de ontwikkeling van schone zonnestroom worden versneld. Dat is hard nodig om de ambitieuze klimaatdoelen te behalen.

Mels van Hoolwerff, Voorzitter Stichting Zonnegarant

Als je het aan de gemiddelde Nederlander vraagt, gaat 2017 niet bepaald de boeken in als een zonnig jaar. De maanden juli en augustus waren als traditionele zomermaanden inderdaad ietwat teleurstellend qua zonuren. Toch stevenen we in 2017 af op zo’n 1790 zonuren. Dat is geen record, maar wel een stuk meer dan het langjarig gemiddelde van 1639. De winst zat met name in het voorjaar.

Voor zonnepanelen wordt niet zozeer gekeken naar zonuren als wel naar zoninstraling. Ook als de zon door bewolking niet te zien is, wekken zonnepanelen namelijk elektriciteit op. Het zogeheten diffuus licht zorgt dan voor instraling op aarde. Stichting Zonnegarant monitort zonnesystemen in Nederland om meer zekerheid te bieden en deelt twee opvallendheden van 2017.

Hoogste energieopbrengst zonnesystemen in mei

De maanden mei en juni ontvingen het afgelopen jaar de meeste zoninstraling: zo’n 160 kWh/m2. Hiermee presteerden deze maanden beter dan hun gemiddelde zoninstraling over andere jaren. In juli en augustus was de zoninstraling nagenoeg gelijk aan het gemiddelde.

Uit de gemonitorde zonnesystemen blijkt dat zonnepanelen de meeste opbrengst behaalden in mei. Dit kwam uiteraard door de hogere hoeveelheid zoninstraling in deze maand, maar deze was praktisch gelijk aan de zoninstraling in juni. Vanwaar het verschil in opbrengst?

Mels van Hoolwerff, voorzitter van Stichting Zonnegarant, verklaart:  “In de zomer is het weliswaar warmer dan in het voorjaar, maar dit betekent niet dat de zonnepanelen dan een hogere opbrengst hebben. In tegenstelling: hoe warmer zonnepanelen worden, hoe minder het vermogen. Gemiddeld gezien neemt het vermogen 3,9% af voor elke 10 graden toename van het zonnepaneel.  Stichting Zonnegarant houdt bij de monitoring van aangemelde zonnesystemen rekening met dergelijke actuele weersomstandigheden. We hebben gezien dat de temperatuur in juni gemiddeld significant hoger was dan in mei. Door de praktisch gelijke hoeveelheid instraling was de opbrengst hoger in de maand met de lagere temperatuur.”

Ook regionale verschillen verrassend groot

Stichting Zonnegarant heeft ook de data per provincie vergeleken. De gemiddelde hoeveelheid zoninstraling verschilt tot maar liefst 10% tussen provincies in ons relatief kleine landje. In het oosten van het land was de zoninstraling een stuk lager dan in het westen en zuiden.

Het Gelderse Deelen ontving de minste zoninstraling: slechts 956 kWh/m2. Het is niet bekend of dit invloed heeft op de vraag naar zonnepanelen. Een zonnepaneelsysteem vertoeft optimaal in Vlissingen: daar hebben de zonnecellen tot nu toe genoten van maar liefst van 1112 kWh zoninstraling per m2.

Groei van zonne-energie zorgt voor recordjaar

Door de toename van het aantal zonnesystemen in Nederland zal voor een recordhoeveelheid energie uit zonnestroom worden opgewekt. Naar verwachting groeit ook het aandeel zonnestroom in Nederland in de totale energiemix.

“Naar schatting zijn er dit jaar 110.000 nieuwe zonnesystemen in Nederland geïnstalleerd. Samen zijn zij goed voor zo’n 600 megawattpiek, waarmee omgerekend 155.000 gemiddelde huishoudens volledig van elektriciteit kunnen worden voorzien”, besluit Van Hoolwerff van Stichting Zonnegarant. “Door meer inzicht in potentie en werkelijke opbrengsten van zonnepanelen kan de ontwikkeling van schone zonnestroom worden versneld. Dat is hard nodig om de ambitieuze klimaatdoelen te behalen.”

Meer informatie:

KNMI

Stichting Zonnegarant